mijn 'persoonlijke' ervaringen

Alan watts
timmsh
 Klein stukje van alan Watts over je bestaan en over het zijn. 

"You could have so easily not have been here, your existence is extremely odd.."
"If your father wouldn't have met your mother would you be here?"
"Ofcourse it would, don't you see?"
"You could only be you, by being someone, so every someone is you.."

Self reliance - Emmerson
timmsh
Een van de beroemdste teksten van Emmerson naast zijn essay 'nature' is zijn tekst genaamd Self reliance. Ik vind het persoonlijk een typische tekst voor Emmerson, omdat je goed zijn abstracte visie op de werkelijkheid ziet in meerdere lichten en vanaf meerdere kanten. Toch gebruikt hij ook voorbeelden die vaak tot de verbeelding spreken. 

Ralph Waldo Emmerson

Society never advances. It recedes as fast on one side as it gains on the other. Its progress is only apparent like the workers of a treadmill. It undergoes continual changes; it is barbarous, it is civilized, it is christianized, it is rich, it is scientific; but this change is not amelioration. For every thing that is given something is taken. Society acquires new arts and loses old instincts. What a contrast between the well-clad, reading, writing, thinking American, with a watch, a pencil and a bill of exchange in his pocket, and the naked New Zealander, whose property is a club, a spear, a mat and an undivided twentieth of a shed to sleep under. But compare the health of the two men and you shall see that his aboriginal strength, the white man has lost. If the traveler tell us truly, strike the savage with a broad ax and in a day or two the flesh shall unite and heal as if you struck the blow into soft pitch, and the same blow shall send the white to his grave.

de laatste alinea van self reiliance:

So use all that is called Fortune. Most men gamble with her, and gain all, and lose all, as her wheel rolls. But do thou leave as unlawful these winnings, and deal with Cause and Effect, the chancellors of God. In the Will work and acquire, and thou hast chained the wheel of Chance, and shalt always drag her after thee. A political victory, a rise of rents, the recovery of your sick or the return of your absent friend, or some other quite external event raises your spirits, and you think good days are preparing for you. Do not believe it. It can never be so. Nothing can bring you peace but yourself. Nothing can bring you peace but the triumph of principles.

Tijd, ruimte en Flat Land
timmsh
We stellen ons een tweedimensionale wereld voor: Platland. De bewoners hebben maar twee afmetingen en zijn dus vergelijkbaar met figuren op een projectiescherm. We beluisteren een gesprek tussen twee Platlandse wiskunde-studenten Aart en Ben. Ben heeft zojuist aan Aart verteld dat hem de vorige avond iets wonderlijks is overkomen. Ondanks het feit dat ramen en deuren van zijn kamer gesloten waren, kwam er plotseling zomaar uit het niets een vreemd wezen bij hem op bezoek. Toen Ben vroeg: “waar kom je vandaan en hoe ben je hier binnengekomen?” antwoordde de verschijning: “Van bovenaf natuurlijk. Ik kom als driedimensionaal wezen door jouw tweedimensionale vlak zakken. Wat je van mij ziet is alleen maar mijn doorsnee.” Daar begreep Ben natuurlijk niets van. Boven? Doorsnee? Drie dimensionaal? Waar slaat dat op?

Na wat heen en weer gepraat over de vraag of Ben dat allemaal niet gedroomd had, dus of het geen kwestie van zinsbegoocheling geweest kon zijn, gaat het gesprek tussen Aart en Ben ongeveer als volgt verder.

Aart: Maar een wereld van drie dimensies, die kunnen we ons toch niet voorstellen!

Ben: Nou, voorstellen misschien niet, maar ze is toch ook weer niet helemaal ondenkbaar. Wij kunnen ons immers ook een ééndimensionaal Lijnland indenken, waar alle wezens kortere of langere rechte lijnstukken zijn. Ze kunnen zich langs de rechte lijn die hun wereld is, heen en weer bewegen, maar ze kunnen niet langs elkaar. Zo’n denkbeeldige Lijnlander zou niets begrijpen van een tweede richting, loodrecht op zijn wereld. Maar met wat wiskundig inzicht zou hij de volgende redenering kunnen volgen: als je een punt een eindje beweegt, dan ontstaat een lijn met twee eindpunten. Wanneer je nu die lijn loodrecht op zijn richting een even groot stuk verplaatst, dan ontstaat een twéédimensionale wereld: een vierkant vlak, dat vier hoekpunten heeft en door vier lijnen wordt begrensd.

Aart: Aardig geredeneerd, maar ik ben toch bang dat alleen al het begrip “loodrecht” een Lijnlander niets zou zeggen.

Ben: Dat is waar. Nou ja,maar wij kennen het begrip ‘loodrecht’ wél en dus kunnen wij wel verder redeneren. Laten wij dus in gedachten het vierkant in een dérde richting bewegen, die wij niet kunnen waarnemen. Wij kunnen ons die verplaatsing dus niet voorstellen, maar wel beredeneren. Het vierkant wordt loodrecht op onze ruimte verplaatst. Er moet dan een driédimensionaal lichaam ontstaan; je zou het een overvierkant kunnen noemen. De figuur die in mijn studeerkamer verscheen noemde het een “kubus”. Dat is dus een regelmatig gevormd ding dat zes vlakken heeft met acht hoekpunten en twaalf grenslijnen.

Aart: Twaalf grenslijnen? Waarom twaalf?

Ben: Nou, dat lijkt me nogal logisch. Het vierkant in de eerste stand had vier grenslijnen en in de laatste stand heeft het er ook vier. Dat is samen acht. Maar de vier hoekpunten hebben bij de verplaatsing ook vier lijnen beschreven, zodat het driedimensionale lichaam in totaal twaalf grenslijnen heeft.

Aart: Akkoord. Laten we dat dan de twaalf ribben noemen.

Ben: Oké. Maar nou komt er iets vreemds, iets wat ik me niet kan voorstellen maar waar je toch niet aan ontkomt als je door redeneert.

Aart: Wat dan?

Ben: Het onvoorstelbare is dat alle punten op de zes vlakken die deze kubus begrenzen, aan de búitenkant van het lichaam liggen. Wij Platlanders kunnen ons absoluut niet voorstellen dat een punt binnen een vierkant toch aan de buitenkant van een lichaam kan liggen, maar toch is dat zo.

Aart: Wat ik me nu afvraag is: kun je nog verder gaan? Als je ons tweedimensionale vierkant blijkbaar in een derde richting kunt verplaatsen, waarom zou je dan die driedimensionale kubus niet in een vierde richting kunnen bewegen, loodrecht op de drie andere richtingen?

Ben: Ja, dat ben ik met je eens. In theorie zou de uitkomst daarvan dus een vierdimensionaal lichaam zijn, een overkubus zogezegd. Maar daar kunnen we ons natuurlijk al helemáál geen voorstelling meer van maken.

Aart: Nee, zelfs driedimensionale wezens zouden dat niet kunnen. Maar ze kunnen zo’n overkubus uiteraard wel beredeneren, net zoals wij de kubus. Laten we eens nagaan door welke elementen een overkubus wordt begrensd.

Ben: Nou, ze heeft natuurlijk zestien hoekpunten. De kubus had er immers acht in de eerste stand en (na verplaatsing) ook acht in de tweede stand, dus samen zestien.

Aart: Juist ja, en hoeveel ribben?

Ben: Even denken... tweeëndertig dus. Want de oorspronkelijke kubus had twaalf ribben en de verplaatste kubus heeft er ook twaalf. Dat zijn er samen vierentwintig. Maar ook de acht hoekpunten van de kubus hebben bij de verplaatsing ieder een lijn beschreven. Die acht ribben moet je er dus nog bij tellen.

Aart: En hoeveel zijvlakken?

Ben: ’s Kijken… De oorspronkelijke kubus had er zes. De verplaatste kubus heeft er ook zes en de twaalf ribben moeten bij de verplaatsing elk ook nog eens een zijvlak hebben gevormd. Dat maakt in totaal dus vierentwintig zijvlakken.

Aart: En hebben we dan alles gehad?

Ben Ja… nee… wacht even… nee, want als de kubus verplaatst wordt in een richting loodrecht op zijn drie afmetingen, vormt elk van zijn zes zijvlakken tijdens de verplaatsing een kubus. Dus tel maar op: één kubus in de beginstand, één kubus in de eindstand en dan nog de zes kubussen die door de verplaatsing gevormd zijn; dat betekent dat de overkubus wordt begrensd door acht zijkubussen, waarvan álle punten, óók de inwendige, aan de búitenkant van de overkubus liggen. Daar kan ook een driedimensionaal wezen zich absoluut geen voorstelling meer van maken.


Tijd en ruimte in 3 dimensies wordt bepaald door onze hersenen. Met name de linker hersenhelft zorgt ervoor dat we alles in stukjes en beetjes ervaren. Als deze hersenhelft wegvalt, door een hersenbloeding bijvoorbeeld, ontstaat een hele andere situatie. Jill Bolte Taylor heeft een boekje geschreven over haar eigen hersenbloeding. (My Stroke of Insight) Op blz. 87 schrijft ze: "Ik herinner me die eerste dag van mijn hersenbloeding met een vreselijk bitterzoet gevoel. Nu mijn linker oriëntatie-associatie-gebied niet meer normaal functioneerde, ervoer ik de grenzen van mijn lichaam niet meer als waar mijn huid de lucht trof. Ik voelde me als een geest die uit zijn fles is ontsnapt. De energie van mijn geest leek te zweven als een grote walvis die door een zee van stille euforie glijdt. Deze afwezigheid van fysieke grenzen was mooier dan het grootste genoegen dat we als stoffelijke wezens kunnen ervaren, het was een glorieuze verrukking. Mijn bewustzijn verkeerde in een staat van zoete rust en het was overduidelijk voor me dat ik nooit meer in staat zou zijn om de enorme omvang van mijn geest terug te persen in dat kleine stoffelijke omhulsel".
Dus: Ruimte en tijd zijn maar concepten van het brein. Als het individuele bewustzijn zichzelf transcendeert, vallen ruimte en tijd weg en blijft de ervaring oneindigheid in tijd en ruimte over, net zoals supervloeibaarheid en supergeleiding op het absolute nulpunt in de materie.

Simple Chaostheory
timmsh
Hier een simpele uitleg van de Chaostheorie (van Smart Computing Encyclopedia)

 Chaos Theory

The proof of chaos theory, where a user can find order in seemingly random data or where normal equations can equal random results, didn't come about until the 1960s when supercomputers could calculate the equations necessary to prove the chaos theory. Chaos theory deals with the idea of whether scientists can make long-term predictions about how a system will act. In a chaotic system, scientists know that using laws of physics to make long-term predictions is impossible. Some scientists think the universe is a chaotic system. Scientists believe weather is chaotic as well, meaning long-term weather predictions, even with the most sophisticated equipment, are only educated guesses.

Chaos science is visible in fractals. Fractals are patterns that appear chaotic and random, yet a computer can use a set formula to create the fractals. Fractal shapes commonly occur in nature.

Another graphical example of chaos science and fractals is the Sierpinski triangle, where dozens of triangles with varying sizes are enclosed in one large triangle. The Sierpinski triangle has spawned what's often called the Chaos Game, where dozens of seemingly random rolls of a die can result in the Sierpinski triangle.

The word chaos has been around for more than 2,500 years, usually referring to the ability of something tangible or beautiful to rise out of confusion and turmoil. But in computing, chaos sometimes refers to the microprocessor's use of floating-point arithmetic. The initial conditions of the equation could produce differences in rounding when floating-point arithmetic is in use. 

Some science fiction writers use chaos theory to base stories in which intelligent computers try to overthrow humans.


Osho
timmsh
´Door aan het denken te slaan sluit de mind zich af. Door niet aan het denken te slaan blijft je mind open. 
Als je niet denkt blijf je open, als je denkt trek je een muur op.

Elke gedachte is een baksteen en het hele proces van denken wordt een muur. 
Jij verstopt je wenend achter die muur en klaagt waarom er geen straaltje zonlicht op je valt. Het is niet de zon die zich verschuilt, jij bent het die muren om je heen optrekt.

Wees meditatiever. 
Laat zodra je een kans schoon ziet, zodra je er tijd en ruimte voor hebt, de dingen gewoon om je heen gebeuren. 
Kijk met diepe aandacht maar doe niets want doen veronderstelt denken. 
Als je rustig blijft zitten en het leven laat gebeuren, word je stil.
Dan kom je erachter, dat stilte geen eigenschap van de mind is.

Je kunt de mind niet stil maken. 
Stilte is een eigenschap van je innerlijke kern, van je ziel.

Ze is er altijd, maar door het gebabbel, door het oeverloze gebabbel van de mind, kun je ze niet horen. 
Als je passief wordt, niet-denkend, word je je van die stilte bewust. Dan ben je niet bezig, niet in beslag genomen. 
Op dat moment, dat je niet met iets bezig bent, ben je in meditatie.´

Uit Osho:
My Way, the way of the White Clouds

Determinisme, een steriele wereldbeschouwing?
timmsh

Ik ben al een tijdje bezig met het determinisme en de chaostheorie,
ik vind dit een goed artikel al is het soms een beetje moeiijk te volgen. Het raakt de punten waar ik de laatste tijd veel over nadenk.

Enjoy:

Even een kleine gedachte-exercitie. Stel: iemand zit dringend om geld verlegen. Op een nacht droomt hij heel levendig dat hij in de sigarenwinkel bij hem op de hoek een staatslot koopt en dat daarop een paar dagen later de hoofdprijs valt.

Aangezien hij vaker voorspellende dromen heeft gehad en omdat die áltijd uitkwamen, is hij er voor zichzelf absoluut van overtuigd dat ook deze droom bewaarheid zal worden. Vraag: heeft die droom nu als gevolg dat de dromer niéts doet en lijdzaam gaat zitten afwachten “omdat toch al vast staat wat er gaat gebeuren”? Of gaat hij juist als een haas naar dat sigarenzaakje om een lot te kopen?
Determinisme is, volgens een encyclopedische begripsomschrijving 
"de filosofische opvatting dat elk feit door zijn oorzaken volledig bepaald is, zodat heel het wereldgebeuren zich afwikkelt als een onverbrekelijke keten van oorzaak en gevolg; het houdt tevens een ontkenning in van de menselijke wilsvrijheid". Voor veel mensen is deze definitie voldoende voor een spontane afkeer van de determistische wereldbeschouwing. Anderen zien haar als leeg en steriel, omdat ze niet zou bijdragen aan enig geloof in de zin van het bestaan. Houdt determinisme, in de zin van strikte causaliteit, niet in dat de mens in feite handelingsonbekwaam is, een stok en een blok, een stimulus-responswezen, een primitieve robot die domweg zijn programma afwerkt? Welke betekenis hebben dan nog de specifiek menselijke breinvermogens zoals die tot zelfbewustzijn, reflectie, analyse, ethiek, objectivering, humor e.d.?
Wel, of een wereldbeschouwing al of niet leeg is, hangt er m.i. van af, hoe iemand die voor zichzelf invult. En wat die stok-en-blok-houding betreft: laten we even teruggaan naar de (denkbeeldige) dromer, die zeker weet (althans meent te weten) dat wat hij gedroomd heeft ook gebeuren zal. Ten aanzien van de inhoud van zijn droom is hij dus een pur sang determinist. Maar verlamt hem dat? Natuurlijk niet! Hij gaat ongetwijfeld verheugd het lot kopen. Dat de mens handelt in oorzakelijk verband, geeft hem geen reden om met de armen over elkaar de eigen handelingsimpulsen lijdelijk af te wachten. Veel mensen zijn ervan overtuigd dat het uur van hun dood even vast ligt als het uur van hun geboorte. Dat betekent evenwel zelden dat ze dús niets meer doen of dat ze dús juist levensgevaarlijke stunts gaan uithalen.
Ja, zegt iemand nu misschien, maar stel nu eens dat het een echte voorspellende droom was geweest, maar dat die dromer tóch de armen over elkaar had geslagen en geen lot was gaan kopen! Wat dan? Maar die veronderstelling is buiten de orde. Ze legt namelijk een paradoxale lus in het verhaal. In dat geval immers zou óf de droom niet echt voorspellend zijn geweest óf zou de dromer zijn armen niet over elkaar hebben kunnen slaan.
Het determinisme is een poging tot 
analyse van een aspect van de werkelijkheid, het is geen religie. Om voor mijzelf te spreken: als ik over de wereld nadenk, kán ik tot geen andere conclusie komen dan dat er geen autonome gebeurtenissen bestaan en dus, dat de constellatie van de wereld op elk moment bepaald werd en wordt door de constellatie op het voorafgaande moment. Toch leef ik alsof de toekomst volkomen open ligt en alsof ik voortdurend vrij kan kiezen uit alternatieven. Er is een verschil tussen de objectieve en de subjectieve werkelijkheid. De eerste is die waarmee de abstracte theorie zich bezighoudt, de tweede is die waarin we leven en die we béleven.

Stel voor dat u op een avond naar de bioscoop gaat omdat u gehoord hebt dat er een mooie film draait. Daarbij kunnen zich verschillende omstandigheden voordoen. 
Het kan zijn dat u niet weet hoe het met de sympathieke hoofdpersoon afloopt. U hoopt, al kijkende, vurig op een gelukkige ontknoping. Toch zegt uw verstand u dat het zinloos is om wat dan ook te hopen, want de afloop van de film ligt immers bij voorbaat in de filmrol vast.
Het kan ook zijn dat iemand die de film al eerder heeft gezien, u heeft verteld dat het met de hoofdpersoon uitloopt op een totale ondergang. U kunt dus alleen nog maar zonder hoop toezien hoe het fatum zich voltrekt.
Een derde situatie zou kunnen zijn, dat iemand u alleen maar heeft laten weten, zonder details te verklappen, dat het in elk geval in die film allemaal heel goed afloopt. Ook in dit laatste geval zit u te kijken hoe het fatum zich voltrekt, maar hoeveel nare dingen er ook gebeuren, u laat zich niet ontmoedigen want u wéét dat uiteindelijk alles goed komt. Zijn er redenen om naar analogie van dit laatste voorbeeld naar de ontwikkelingen in de wereld te kijken? Geeft de richting waarin de wereld zich in causale samenhang ontwikkelt, hoop voor de toekomst?
Bij het veronderstellen van een ongedetermineerde, dus niet-vaststaande toekomst, kan een mens hoogstens 
hopen dat wat hem overkomt achteraf zal blijken zin te hebben gehad. Maar als de toekomst geen richting heeft, is ook het bestaan doelloos. Voor wie de overtuiging is toegedaan dat de wereld via de wetten van de causaliteit tot ontplooiing komt en die er zich van bewust is, betrokken te zijn bij zijn eigen lotsbestemming en die van de wereld, voor diegene is het mogelijk moed te putten uit de overtuiging dat alles wat er gebeurt, móet gebeuren om een brug te slaan van een onvoltooid verleden tijd naar een voltooid toekomende tijd. En of hij het nu schepping noemt of evolutie, dan wel beide in elkaar doet opgaan, hij beseft dat hij ook zelf nog midden in dat al honderden miljoenen jaren durende ontwikkelingsproces zit, een proces dat zich kenmerkt door voortgaande ordening en toenemende complexiteit. Dat besef kan hem ertoe prikkelen (dus oorzaak zijn) om zelf actief en met overtuiging aan dat proces deel te nemen en het aldus te bevorderen en te versnellen. De causaliteit is daarmee niet in strijd. Ze is een noodzakelijke voorwaarde.

de tekst is geschreven door hpwinkelman in de Trouw







 

 

 

</lj-embed>

 

 



 


?

Log in